Maandelijks archief: oktober 2017

Britten kijken ‘ons kunstje’ af

Kantoor vol Energie kijkt ook over de landsgrenzen heen: de afgelopen periode hebben wij een stevige samenwerking opgebouwd met onze evenknie in het Verenigd Koninkrijk. In Exeter, Devon County wordt op dit moment hard gewerkt om binnen een pilotproject de Britse ambitie waar te maken. Vertegenwoordigers van dat project zijn onlangs op bezoek geweest bij Royal HaskoningDHV en Alliander om te leren en geïnspireerd te raken.

“En dat heeft zijn vruchten afgeworpen,” zegt Ian Hutchcroft, innovatiemanager Energiesprong UK. “Misschien is het mooiste voorbeeld nog wel dat wij al in het vliegtuig terug naar Engeland ons verhaal richting de leveranciers hebben omgegooid. Met als resultaat dat de aspiraties van de klant, de gemeente Devon, veel ambitieuzer en open richting de opdrachtnemers zijn gecommuniceerd. Het is nu veel aannemelijker dat deze pilot een sterke Energiesprong-aanpak krijgt.”

Businessmodel

De bezoeken aan RHDHV en Alliander hebben indruk achtergelaten en hielpen Hutchcroft en de energiemanager van de Devon County Council om de juiste vragen te stellen en zich daardoor nog meer te verdiepen in het businessmodel. “We begrijpen nu veel beter dat energie alleen niet voldoende is. We moeten kijken naar de totale Value Case inclusief comfortabele werkomgeving en productiviteit van de medewerkers. De huidige ambitie van de Britse overheden staat nog erg ver af van twee organisaties die we bezochten, maar het helpt om concepten te zien die daadwerkelijk gerealiseerd zijn”, blikt Hutchcroft terug.

Masterclass

Tot nu toe heeft de Britse Energiesprong zich vooral gericht op woningen. Kantoren zijn pas recent in beeld gekomen, maar staan nu wel stevig op de radar van Energiesprong UK. Bij het bezoek aan het pilotproject en de daaropvolgende masterclass van Kantoor vol Energie door Eelco Ouwerkerk en Wytze Kuiper waren veel leveranciers aanwezig. Hutchcroft: “Eelco en Wytze daagden het publiek uit op productieve wijze en wisten het concept uitstekend uit te leggen. Een afgevaardigde van een energie-multinational zei na afloop tegen me: ‘dit is waar onze branche heen moet.’ De reacties waren dus erg bemoedigend.”

Toekomst

“Samenwerking en partnerschap tussen gebouweigenaren en leveranciers, dat is de toekomst. Geen strijd over wie de meeste winst maakt, waardoor je lijnrecht tegenover elkaar komt te staan. De rol van de klant is om de gewenste resultaten neer te leggen, vervolgens ruimte te bieden en de de markt de oplossingen te laten verzinnen”,  aldus de Britse innovatiemanager. “Hoewel we nog ver af staan van het integreren van de totale Value Case, hebben we een zaadje geplant.”

RVB moet helaas stoppen met Tesselschadestraat

De plannen om van het voormalige belastingkantoor aan de Tesselschadestraat 4 in Leeuwarden een energieneutraal gebouw te maken zijn van de baan. Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) gaat het gemeentelijk monument verkopen. Dit heeft te maken met wat het RVB noemt: “een substantiële wijziging in de huisvestingbehoefte van het Rijk in Leeuwarden.” Eelco Ouwerkerk, programmamanager van Kantoor vol Energie heeft begrip voor het besluit maar begrijpt ook dat veel marktpartijen hier “stevig van balen.”

Woensdag 1 november zou de aanbesteding voor het energieneutraal maken van het  kantoorgebouw aan de Tesselschadestraat 4 op TenderNed verschijnen. Tijdens het laatste EETcafé ging Allard Jolles, waarnemend directeur Portefeuillestrategie en Portefeuillemanagement bij het Rijksvastgoedbedrijf nog in op de voorgenomen renovatie van het gebouw. “Het is één van de concrete projecten waar wij als eigenaar en marktpartijen moeten gaan leren hoe we dit kunnen doen en waar we de principes ontdekken om te kunnen opschalen”, aldus Jolles.

Streep

Daar is nu een streep door gehaald. In een communiqué stelt het RVB vast dat een herindeling van een aantal panden in Leeuwarden tot andere inzichten heeft geleid. “Hierdoor is een groot deel van het beoogde programma voor Tesselschadestraat 4 weggevallen. Het RVB verwacht niet dat de huisvestingsbehoefte binnen afzienbare tijd weer zal toenemen en heeft om die reden besloten het pand niet langer in portefeuille te houden en de beoogde renovatie van Tesselschadestraat 4 te annuleren”, aldus het RVB in de toelichting. Het Rijksvastgoedbedrijf doet het pand nu van de hand.

Teleurstelling

“Het is natuurlijk voor de marktpartijen en ook voor het projectteam van het RVB die in de voorbereiding en bij de marktconsultaties betrokken zijn geweest enorm balen”, zegt Eelco Ouwerkerk in een reactie. “Wij hebben dat hele traject ook begeleid.” Ook het RVB zegt zich bewust te zijn van de teleurstelling die er nu in de markt is. “Wij weten dat ook aan de zijde van de markt inspanningen zijn gedaan om voorbereidingen te treffen op deze nieuwe manier van werken. En wij betreuren dat deze inspanningen nu niet kunnen worden omgezet in een concreet aanbod.”

Positief

Ondanks deze tegenvaller zegt Ouwerkerk het positief te vinden, dat het Rijksvastgoedbedrijf direct aan de slag gaat om een andere pilot te selecteren en dus nog steeds serieus met energieneutraliteit aan de gang wil. “Het Rijksvastgoedbedrijf heeft aangegeven om nu binnen de strategische portefeuille op zoek te gaan naar een nieuwe kandidaat-pilot. En die pilot gaan we vervolgens binnen het Kantoor vol Energie-programma verder uitwerken. Ondertussen wordt natuurlijk wel gewoon doorgewerkt aan aanbesteding van de renovatie van de kantoorpanden aan de Herman Gorterstraat in Utrecht. Het voorwerk dat binnen het Rijksvastgoedbedrijf is verricht, is natuurlijk ook niet voor niets geweest. Ik verwacht ook dat een aantal stappen nu sneller doorlopen kunnen worden dan voorheen. Daar kijken we dus naar uit.”

SAVE THE DATE: 13 december EETcafé

De Nieuwe Norm centraal

Vast voor in de agenda: 13 december staat het laatste EETcafé van 2017 op het programma. We gaan die goed benutten door De Nieuwe Norm centraal te zetten. Onderwerpen die zeker aan de orde komen zijn:

  • Gezonde gebouwen taxeren
  • Gezondheid en productiviteit
  • Het energievraagstuk

Over wat, hoe en waar van het EETcafé, volgt binnenkort meer informatie.

‘Dit energieneutrale waterschapshuis vertelt verhalen’

Het waterschaphuis van Waterschap Zuiderzeeland is na een forse renovatie energieneutraal. Onlangs werd het kantoorgebouw in Lelystad door de Commissaris van de Koning, Leen Verbeek, officieel geopend. Het kantoor van het waterschap is echter meer dan alleen energieneutraal. Het pand vertelt namelijk ook het verhaal van het waterschap dat tegen de klimaatverandering vecht. “Tot in de kleinste details is te zien wat het waterschap allemaal doet.”

Het is redelijk druk in het Werkcafé van het waterschap op deze vroege maandagochtend. Aan bijna elke tafel zit wel iemand te werken. En aan de grotere tafels wordt druk overleg gevoerd. Het is het beeld dat Erik van der Linden van Waterschap Zuiderzeeland met deze ruimte voor ogen had. “Nog voor de verbouwing was dit zo’n echte kantine in de clubkleuren waar niemand echt graag zat. Dat is nu wel anders.” Als projectmanager heeft hij de renovatie van het jaren-negentig-kantoor in een modern, comfortabel en energieneutraal gebouw begeleid. Daarbij heeft hij steun gehad van Jim Teunizen van Alba Concepts uit Den Bosch. “Hoewel we niet het valuecase-principe van Kantoor vol Energie hebben toegepast, stonden wel de uitgangspunten van een energieneutraal en comfortabel gebouw, centraal”, trapt Erik van der Linden het gesprek af.

In het Masterplan duurzame energie heeft het Waterschap de stip op de horizon gezet. In 2050 moet de organisatie energieneutraal zijn. En daarvoor moeten de nodige stappen worden gezet. Immers ter illustratie, 6.000 huishoudens gebruiken momenteel net zo veel energie als nodig is om met gemalen Flevoland droog te houden. “Op alle niveaus is het waterschap met duurzaamheid en energieneutraliteit bezig”, zegt Van der Linden. Daar hoort dus ook de aanpak van het kantoor in Lelystad bij. “Een pand uit de eind jaren negentig met een energielabel C of D. Er is eerst gekeken naar het huren van bestaande kantoorruimte in Flevoland. Maar dan zou de organisatie een vrij incourant pand achterlaten en dat is ook niet duurzaam. Dus werd het renovatie.”

Vier pijlers

Hiervoor stelde Waterschap Zuiderzeeland een visie op waarin vier pijlers de boventoon voerden: duurzaamheid, bewust omgaan met de kosten, een aantrekkelijke werkgever en samenwerking. “Duurzaamheid ging niet alleen over energieneutraliteit, hoewel dat aanvankelijk nog niet eens vaststond, maar ook over circulariteit”, legt Jim Teunizen uit. Door het hergebruiken van materialen en het maken van slimme keuzes moesten de kosten binnen de perken worden gehouden. “Met een aantrekkelijke werkgever bedoelde het waterschap enerzijds dat een comfortabel kantoorpand medewerkers bindt. Anderzijds draagt het gebouw bij aan de bewustwording van medewerkers voor welke organisatie zij werken. Dat is te zien aan technische tekeningen die aan de wand hangen maar ook fysiek.” Van der Linden wijst naar de koffiebar die op een afgekeurd bewegingswerk is aangebracht. “Door dit soort details ontstaan er gesprekken tussen de medewerkers onderling maar ervaren ook bezoekers dat ze bij Waterschap Zuiderzeeland zijn.” Tenslotte zorgt het creëren van open werkruimtes in plaats van de oude cellenkantoren voor meer onderlinge samenwerking.

Trots

Het tweetal is trots op het uiteindelijke resultaat. Een WKO-installatie zorgt voor het koelen in de zomer en het verwarmen in de winter. Tijdens een rondgang door het gerenoveerde gebouw wijst Jim Teunizen naar een aantal radiatoren. “Op uitzonderlijk koude dagen kan de warmte-opslag in de bodem samen met de warmtepomp het waterschapshuis waarschijnlijk niet volledig van warmte voorzien. Op die momenten schakelt een piekketel bij die wordt voorzien van eigen groen gas.” Op de vraag of het kantoor nu energieneutraal is, wordt door Van der Linden en Teunizen aarzelend geantwoord. Op het dak van het Waterschapshuis liggen nu 188 zonnepanelen die in totaal ongeveer 50 MWh aan elektriciteit opwekken. “Dat is echter niet voldoende om volledig energieneutraal te zijn. Want we willen ook de gebruiksgebonden electriciteit zelf opwekken”, legt Van der Linden uit. Daarvoor worden op het parkeerterrein nog Solar-carports gebouwd en de garagedaken volgelegd met zonnepanelen. Wanneer we daar zonnepanelen op leggen, levert dit jaarlijks 120 MWh op en daarmee is het waterschapshuis inclusief de gebruiksenergie energieneutraal. Opgewekte en niet gebruikte energie wordt aan het net teruggeleverd. Maar als het aan Van der Linden ligt niet voor lang, want hij wil graag voor de deur van het kantoor een zoutwateraccu realiseren voor de opslag daarvan. “Dan maak je direct zichtbaar waar je mee bezig bent. De verwarming en koeling kunnen we per verdieping regelen en op dagen dat de bezetting lager is worden er gebieden ‘afgeschakeld’. En het licht reageert overal op. Is er niemand in de ruimte dan schakelt het uit.”

Functies

Om het energiegebruik verder naar beneden te brengen heeft het waterschap ook naar energieslurpende functies gekeken. Teunizen: “Een goed voorbeeld daarvan is de serverruimte. Die ruimtes vreten energie en zijn nu uitgeplaatst, wat onder andere door professioneel beheer en schaalgrootte leidt tot een hoge mate van energie-efficiëntie. Datzelfde geldt ook voor het archief. Het opslaan van archieven vergt een ruimte met een constante temperatuur. Door digitalisering is er minder opslag van papieren nodig en heeft het waterschap besloten ook het archief buiten de deur te plaatsen. Dit levert minimaal een elektriciteitsbesparing op van 20 MWh per jaar.” En de aanschaf van nieuwe monitoren levert de organisatie een elektriciteitsbesparing van € 60,– per monitor op over een periode van vijf jaar. “Tel uit je winst met 170 monitoren in het waterschapshuis”, merkt Van der Linden fijntjes op.

De renovatie van het waterschapshuis is in bouwteamverband uitgevoerd. “We hebben op economisch meest voordelige inschrijving gegund met zeer veel aandacht voor duurzaamheid. In de aanbestedingen hebben we de markt flink uitgedaagd. Men moest met een duurzame propositie komen. In het begin werd daar nog voorzichtig mee omgegaan, maar in de uitvoering kwam er toch een grote mate van bevlogenheid in het team. Uiteindelijk heeft de totale renovatie tien maanden geduurd.”

Materialen

Tijdens de rondgang door het kantoorgebouw wordt duidelijk dat bijna alles in het pand wel een verhaal heeft. Op de grond in het Werkcafé ligt CO2-neutraal bamboe en de banken zijn gemaakt van de oude scheidingswanden. “We hebben in het begin een lijst met materialen gemaakt die konden worden hergebruikt”, licht Teunizen toe. “Daar moest de interieurbouwer vervolgens mee aan de slag. Tachtig procent van de beschikbare materialen in het waterschapshuis heeft zo een tweede leven gekregen.” Zo zijn bijvoorbeeld de onderstellen van de oude bureaus voorzien van een nieuw topblad en zijn de kasten opgeknapt en opnieuw gespoten.

De toer gaat langs de doucheruimtes waar twee recirculatiedouches zijn geplaatst. “Deze douches besparen zeventig procent op het watergebruik en tachtig procent op het energiegebruik”, zegt Teunizen. Voor de douche wordt overigens gewoon drinkwater gebruikt. Dit in tegenstelling tot de toiletten. Deze worden schoongespoeld door opgevangen regenwater.

Vloerbedekking

Op de eerste etage wijst Van der Linden op de vloer. “Deze vloerbedekking is gemaakt van nylon dat bestaat uit gerecyclede visnetten. De visnetten worden uit de zee gehaald in de Filipijnen wat de arbeidsmarkt in kleine dorpen stimuleert.” De vergadertafel op de eerste verdieping trekt de aandacht. “Het blad is van FSC-hout en heeft de vorm van Flevoland gekregen”. Vervolgens wijst de projectmanager naar het plafond. “Er is een hele nieuwe indeling ontstaan maar de plafondplaten zijn gerecycled en vervolgens in een nieuw raster gemonteerd.” In totaal is er in het waterschapshuis meer dan 3.000 vierkante meter gerecycled plafond aangebracht.

Werkplek

Beneden in de hal springt tenslotte de groene kolom direct in het oog. Hier zijn zogenoemde plantwires aangebracht gebaseerd op hangende plantstructuren uit de regenwouden. Deze planten zorgen voor zuurstof, breken fijnstoffen af en werken als filters in het atrium. “Dat groen in de hal doet het goed”, vindt Van der Linden. “Het geeft direct een warm gevoel. Dat vinden ook de medewerkers”, weet hij. Want hoe ervaren zij hun nieuwe werkomgeving? Van der Linden: “Ze zijn erg enthousiast. Duurzaamheid is belangrijk maar uiteindelijk gaat het er om of ze een fijne werkplek hebben. En dat hebben ze zonder enige twijfel. Een werkplek met een verhaal.”