Maandelijks archief: maart 2019

Een kwestie van de wortel en de stok

KvE EETcafé

Normeren, de noodzaak van de wortel en de stok en het Klimaatakkoord dat er gewoon gaat komen. Het kwam allemaal voorbij in de eerste editie van het EETcafé in 2019. Annet Bertram,  directeur-generaal Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk & directeur-generaal Rijksvastgoedbedrijf bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, nam de aanwezigen mee in de opgave van het Rijksvastgoedbedrijf en Medy van der Laan, voorzitter van Energie-Nederland brak een lans voor meer geïntegreerd denken. Een verslag.

Het decor voor dit eerste EETcafé van Kantoor vol Energie in 2019 is het Hof van Cartesius in Utrecht. Een passende locatie, vindt Wytze Kuijper die, zoals altijd, ook vandaag weer de rol van spreekstalmeester op zich heeft genomen. Voor hij de voorzitter van Energie-Nederland, Medy van der Laan, het woord geeft, wijst hij de aanwezigen nog even fijntjes op de noodzaak om met de transitie aan de gang te gaan. “We moeten de bebouwde omgeving in een tempo van 1.000 woningen per dag verduurzamen. Al in 2030 moet bebouwde omgeving 3,4 Mton minder CO2 uitstoten. Dat betekent dat we aan de gang moeten.”

Medy van der Laan, voorzitter van Energie-Nederland,  ziet een dergelijke transitie alleen gebeuren wanneer er gaat worden genormeerd. “Je ziet nu ook beweging ontstaan omdat in 2023 voor kantoor gebouwen Label C de norm is.” In het Energieakkoord in 2013 is volgens haar heel nadrukkelijk gekozen voor de wortel en de stok. Dat heeft voor de energiesector geleid tot het nemen van de nodige stappen op weg naar meer schone energie. “Gratis verandering kan niet en zal toch geholpen moeten worden tot een bepaald ‘tipping point’, zodat het geld oplevert en er een economische haalbaarheid ontstaat”, aldus Van der Laan, die ervan overtuigd is dat het Klimaatakkoord er komt. “Het kan misschien een paar maanden langer duren, maar hij gaat er echt komen.”

Kosten efficiency

Overigens zijn volgens haar de getallen van de CO2 vermindering, waar iedere sector in het akkoord voor aan de lat staat, vooral uit kostenefficiency gekozen. “Welke grootste winst kan er tegen zo laag mogelijke kosten worden geboekt? Dat daarom de lat voor de bebouwde omgeving relatief laag ligt, heeft alles te maken met de moeilijkheidsgraad. Het is gewoon heel moeilijk en dus duur. Het is bijvoorbeeld goedkoper om een centrale te sluiten, want daarmee wordt dan weer 10 Mton COgratis bespaard.” In haar visie moet de vraag ook van onderuit komen, van de huurder. “Als Energie-Nederland gaan wij bijvoorbeeld in 2020 naar een nieuw pand, omdat onze huidige vestiging niet goed aanvoelt en de verhuurder er niets aan wilt doen. Als een dergelijke vraag van onderop toeneemt zal dat ongetwijfeld tot een gedragsverandering leiden. In de uitvoering gaat het er om dat partijen geïntegreerd gaan denken. Heb je als opdrachtgevende partij een lamp nodig of wil je licht? Het gaat om het stellen van de juiste vraag, zodat de marktpartij de juiste oplossing kan bieden.”

Medy van der Laan, Energie-Nederland, KvE, Kantoor vol Energie
Medy van der Laan, voorzitter van Energie-Nederland, is ervan overtuigd dat het Klimaatakkoord er komt.


Belangrijke rol

Het is een prima haakje voor Annet Bertram, die in haar betoog het belang van een goede samenwerking tussen opdrachtgever, opdrachtnemer en alle betrokken bepleit. De enorme hoeveelheid grond en vierkante meters vloeroppervlak geeft het Rijksvastgoedbedrijf een positie om een belangrijke rol te spelen in het verduurzamingsvraagstuk. “Tegelijkertijd zag ik bij mijn aantreden dat de executiekracht van het Rijk flink achteruit gelopen was. Simpelweg omdat ook de instrumenten ontbraken om die positie in te nemen.”

Vorig jaar zijn daarom de eerste stappen gezet om het rijksvastgoed op een andere manier in te zetten. “Natuurlijk is maatschappelijk financieel rendement van belang maar ook goed rentmeesterschap”, benadrukt Bertram.

Een treffend voorbeeld daarvan noemt zij EnergieRijk Den Haag. Dit behelst in het jargon van het Rijksvastgoedbedrijf een Regionaal Ontwikkelingsproject (ROP). Het gaat hier om een gebiedsgerichte aanpak van de energietransitie. Het Rijksvastgoedbedrijf werkt daarbij samen met de gemeente Den Haag, de provincie Zuid Holland en diverse marktpartijen, waaronder BAM en de Facilicom Group.  EnergieRijk Den Haag behelst het verduurzamen van zo’n 24 overheidsgebouwen in een straal van 1 km² rondom station Den Haag Centraal. In 2040 moeten de gebouwen klimaatneutraal zijn. “Je kunt dat pand voor pand doen, of in één keer twintig panden tegelijk aanpakken waardoor de slagkracht groter wordt.” Juist als daarbij meerdere partijen en projecten aanhaken, biedt dat volgens Bertram kansen. Ze geeft als voorbeeld haar langgekoesterde wens van een zogenoemde warmterotonde, die de warmte uit Rotterdam naar Energierijk kan brengen. “Zeer ambitieus allemaal, maar door het verbinden van nieuwe technieken komt het wel een stap dichterbij.”

Een heel avontuur

Ze geeft overigens toe dat dit alles nog een heel avontuur is. De animo bij het bedrijfsleven om aan te klampen neemt toe. “Het voordeel is dat de aanpak in Den Haag ook reproduceerbaar is. We hoeven niet telkens alles opnieuw te verzinnen. Daarom passen we het nu al toe in Utrecht, Arnhem, Groningen en zelfs Curaçao.” Behalve de eigen panden voert het Rijksvastgoedbedrijf ook nog het beheer over de gebouwen van justitie en defensie. En ook daar moeten we wat mee.” Daarom werkt ze nu aan een routekaart voor defensie en justitie die in mei klaar moet zijn. In juni gaat er wat de directeur-generaal betreft een brief naar de Tweede kamer over de concrete vorderingen. “Dat zijn spannende momenten omdat er ook een kosten-batenanalyse moet worden gedaan. En dat is logisch, want we hebben het hier wel over gemeenschapsgeld en het moet ook duidelijk zijn dat het ook financieel de beste manier is.”

EETcafé, KvE, Kantoor vol Energie

Het EETcafé werd dit keer gehouden in het Hof van Cartesius in Utrecht.


Resultaten

EnergieRijk leert Bertram wel dat een gelijkwaardige samenwerking met partijen tot resultaten leidt.  Op de vraag vanuit de zaal welke rol circulariteit speelt benadrukt zij dat dit uiteraard bij de planvorming een rol speelt. “Net als het realiseren van een gezond pand voor de mensen die er werken. Ook dat kan overigens een aanleiding zijn om met een gebouw aan de slag te gaan.”

Vervolgens krijgt Martin Mooy van DGBC de vloer om iets te vertellen over Paris Proof. Van belang is volgens Mooy dat data van gebouwen transparanter worden gedeeld. “In Amerika zie je bijvoorbeeld in één oogopslag wat een gebouw aan energie en water gebruikt. Maar hier in Nederland doen wij daar heel moeilijk over.” Daar weet Martine de Vaan, projectmanager duurzame innovatie en gebiedsontwikkeling bij het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), inmiddels alles van. “Het blijkt heel lastig om de juiste data boven water te brengen.”

Reacties

Yvette Watson is mede-oprichter van PHI Factory en helpt organisaties om te versnellen naar een circulaire economie.  Op de vraag van Wytze Kuijper wat zij tot nu toe van de sprekers vond zegt ze na een korte stilte: “Ik miste in de verhalen van Medy van der Laan en Annet Bertram vooral de eindgebruiker. “Het gaat namelijk heel veel over kosten van de investering, maar wat levert het op? Ook heb ik ze horen spreken over de energietransitie én het Grondstoffenakkoord. Maar dat zijn geen gescheiden trajecten. We moeten dat veel meer bij elkaar zien te trekken. Waar het om gaat is namelijk dat we uiteindelijk met elkaar een mooie wereld voor morgen creëren.”

Atto Harsta, innovatieaanjager bij Kantoor vol Energie, sluit zich daarbij aan. Ook hij vindt dat circulariteit een duidelijkere plek in de verduurzaming moet krijgen. “Want als je met verkeerde materialen aan de slag gaat, dan gaat weliswaar het energiegebruik omlaag maar de CO2, waar de grondstof van is gemaakt, gaat omhoog.”

Kantoor vol Energie, KvE, Wytze Kuijper

Wytze de Kuijper, programmamaker bij Kantoor vol Energie, nam wederom de rol van spreekstalmeester op zich.


Anders denken

Het is uiteindelijk aan Klaas-Jan Engelsma, Gemandateerd Opdrachtgever (GO) om de bijeenkomst af te sluiten. In aansluiting met Annet Bertram ziet ook hij voordelen in een hechtere samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. “Het is een hele andere manier van denken. Je kunt niet alleen als klant eisen neerleggen, je moet er samen uitkomen. Dat betekent dat je meer van elkaar moet weten, inzage moet hebben in elkaars verdienmodel.”

Engelsma is onder andere betrokken bij de aanpak van het stationsgebied in Arnhem. Ook dit is een zogenoemd ROP-project en behelst onder de noemer project DOEN onder andere een duurzame renovatie van de lokale rijkskantoren. “De samenwerking hebben we ook in de aanbesteding vormgegeven door dit in samenwerking met de markt te doen”, licht Engelsma toe. “We doen het nu anders dan de ‘wij-zij’ contracten, zoals we die nu vaak zien. We gaan naar ‘wij’-contracten, naar ‘alliantieachtige contracten’ en dat is om in de woorden van Annet Bertram te spreken best spannend maar wel de toekomst om de gigantische verduurzamingsopgave uit te kunnen voeren.”  Voor Wytze Kuijper als KvE spreekstalmeester de laatste woorden: “Ik daag iedereen hier uit de beweging in gang te zetten. Want als wij het niet doen, wie dan wel?”