‘Dit energieneutrale waterschapshuis vertelt verhalen’
5 oktober 2017
 

Terug naar het nieuwsoverzicht

Het waterschaphuis van Waterschap Zuiderzeeland is na een forse renovatie energieneutraal. Onlangs werd het kantoorgebouw in Lelystad door de Commissaris van de Koning, Leen Verbeek, officieel geopend. Het kantoor van het waterschap is echter meer dan alleen energieneutraal. Het pand vertelt namelijk ook het verhaal van het waterschap dat tegen de klimaatverandering vecht. “Tot in de kleinste details is te zien wat het waterschap allemaal doet.”

Het is redelijk druk in het Werkcafé van het waterschap op deze vroege maandagochtend. Aan bijna elke tafel zit wel iemand te werken. En aan de grotere tafels wordt druk overleg gevoerd. Het is het beeld dat Erik van der Linden van Waterschap Zuiderzeeland met deze ruimte voor ogen had. “Nog voor de verbouwing was dit zo’n echte kantine in de clubkleuren waar niemand echt graag zat. Dat is nu wel anders.” Als projectmanager heeft hij de renovatie van het jaren-negentig-kantoor in een modern, comfortabel en energieneutraal gebouw begeleid. Daarbij heeft hij steun gehad van Jim Teunizen van Alba Concepts uit Den Bosch. “Hoewel we niet het valuecase-principe van Kantoor vol Energie hebben toegepast, stonden wel de uitgangspunten van een energieneutraal en comfortabel gebouw, centraal”, trapt Erik van der Linden het gesprek af.

In het Masterplan duurzame energie heeft het Waterschap de stip op de horizon gezet. In 2050 moet de organisatie energieneutraal zijn. En daarvoor moeten de nodige stappen worden gezet. Immers ter illustratie, 6.000 huishoudens gebruiken momenteel net zo veel energie als nodig is om met gemalen Flevoland droog te houden. “Op alle niveaus is het waterschap met duurzaamheid en energieneutraliteit bezig”, zegt Van der Linden. Daar hoort dus ook de aanpak van het kantoor in Lelystad bij. “Een pand uit de eind jaren negentig met een energielabel C of D. Er is eerst gekeken naar het huren van bestaande kantoorruimte in Flevoland. Maar dan zou de organisatie een vrij incourant pand achterlaten en dat is ook niet duurzaam. Dus werd het renovatie.”

Vier pijlers

Hiervoor stelde Waterschap Zuiderzeeland een visie op waarin vier pijlers de boventoon voerden: duurzaamheid, bewust omgaan met de kosten, een aantrekkelijke werkgever en samenwerking. “Duurzaamheid ging niet alleen over energieneutraliteit, hoewel dat aanvankelijk nog niet eens vaststond, maar ook over circulariteit”, legt Jim Teunizen uit. Door het hergebruiken van materialen en het maken van slimme keuzes moesten de kosten binnen de perken worden gehouden. “Met een aantrekkelijke werkgever bedoelde het waterschap enerzijds dat een comfortabel kantoorpand medewerkers bindt. Anderzijds draagt het gebouw bij aan de bewustwording van medewerkers voor welke organisatie zij werken. Dat is te zien aan technische tekeningen die aan de wand hangen maar ook fysiek.” Van der Linden wijst naar de koffiebar die op een afgekeurd bewegingswerk is aangebracht. “Door dit soort details ontstaan er gesprekken tussen de medewerkers onderling maar ervaren ook bezoekers dat ze bij Waterschap Zuiderzeeland zijn.” Tenslotte zorgt het creëren van open werkruimtes in plaats van de oude cellenkantoren voor meer onderlinge samenwerking.

Trots

Het tweetal is trots op het uiteindelijke resultaat. Een WKO-installatie zorgt voor het koelen in de zomer en het verwarmen in de winter. Tijdens een rondgang door het gerenoveerde gebouw wijst Jim Teunizen naar een aantal radiatoren. “Op uitzonderlijk koude dagen kan de warmte-opslag in de bodem samen met de warmtepomp het waterschapshuis waarschijnlijk niet volledig van warmte voorzien. Op die momenten schakelt een piekketel bij die wordt voorzien van eigen groen gas.” Op de vraag of het kantoor nu energieneutraal is, wordt door Van der Linden en Teunizen aarzelend geantwoord. Op het dak van het Waterschapshuis liggen nu 188 zonnepanelen die in totaal ongeveer 50 MWh aan elektriciteit opwekken. “Dat is echter niet voldoende om volledig energieneutraal te zijn. Want we willen ook de gebruiksgebonden electriciteit zelf opwekken”, legt Van der Linden uit. Daarvoor worden op het parkeerterrein nog Solar-carports gebouwd en de garagedaken volgelegd met zonnepanelen. Wanneer we daar zonnepanelen op leggen, levert dit jaarlijks 120 MWh op en daarmee is het waterschapshuis inclusief de gebruiksenergie energieneutraal. Opgewekte en niet gebruikte energie wordt aan het net teruggeleverd. Maar als het aan Van der Linden ligt niet voor lang, want hij wil graag voor de deur van het kantoor een zoutwateraccu realiseren voor de opslag daarvan. “Dan maak je direct zichtbaar waar je mee bezig bent. De verwarming en koeling kunnen we per verdieping regelen en op dagen dat de bezetting lager is worden er gebieden ‘afgeschakeld’. En het licht reageert overal op. Is er niemand in de ruimte dan schakelt het uit.”

Functies

Om het energiegebruik verder naar beneden te brengen heeft het waterschap ook naar energieslurpende functies gekeken. Teunizen: “Een goed voorbeeld daarvan is de serverruimte. Die ruimtes vreten energie en zijn nu uitgeplaatst, wat onder andere door professioneel beheer en schaalgrootte leidt tot een hoge mate van energie-efficiëntie. Datzelfde geldt ook voor het archief. Het opslaan van archieven vergt een ruimte met een constante temperatuur. Door digitalisering is er minder opslag van papieren nodig en heeft het waterschap besloten ook het archief buiten de deur te plaatsen. Dit levert minimaal een elektriciteitsbesparing op van 20 MWh per jaar.” En de aanschaf van nieuwe monitoren levert de organisatie een elektriciteitsbesparing van € 60,– per monitor op over een periode van vijf jaar. “Tel uit je winst met 170 monitoren in het waterschapshuis”, merkt Van der Linden fijntjes op.

De renovatie van het waterschapshuis is in bouwteamverband uitgevoerd. “We hebben op economisch meest voordelige inschrijving gegund met zeer veel aandacht voor duurzaamheid. In de aanbestedingen hebben we de markt flink uitgedaagd. Men moest met een duurzame propositie komen. In het begin werd daar nog voorzichtig mee omgegaan, maar in de uitvoering kwam er toch een grote mate van bevlogenheid in het team. Uiteindelijk heeft de totale renovatie tien maanden geduurd.”

Materialen

Tijdens de rondgang door het kantoorgebouw wordt duidelijk dat bijna alles in het pand wel een verhaal heeft. Op de grond in het Werkcafé ligt CO2-neutraal bamboe en de banken zijn gemaakt van de oude scheidingswanden. “We hebben in het begin een lijst met materialen gemaakt die konden worden hergebruikt”, licht Teunizen toe. “Daar moest de interieurbouwer vervolgens mee aan de slag. Tachtig procent van de beschikbare materialen in het waterschapshuis heeft zo een tweede leven gekregen.” Zo zijn bijvoorbeeld de onderstellen van de oude bureaus voorzien van een nieuw topblad en zijn de kasten opgeknapt en opnieuw gespoten.

De toer gaat langs de doucheruimtes waar twee recirculatiedouches zijn geplaatst. “Deze douches besparen zeventig procent op het watergebruik en tachtig procent op het energiegebruik”, zegt Teunizen. Voor de douche wordt overigens gewoon drinkwater gebruikt. Dit in tegenstelling tot de toiletten. Deze worden schoongespoeld door opgevangen regenwater.

Vloerbedekking

Op de eerste etage wijst Van der Linden op de vloer. “Deze vloerbedekking is gemaakt van nylon dat bestaat uit gerecyclede visnetten. De visnetten worden uit de zee gehaald in de Filipijnen wat de arbeidsmarkt in kleine dorpen stimuleert.” De vergadertafel op de eerste verdieping trekt de aandacht. “Het blad is van FSC-hout en heeft de vorm van Flevoland gekregen”. Vervolgens wijst de projectmanager naar het plafond. “Er is een hele nieuwe indeling ontstaan maar de plafondplaten zijn gerecycled en vervolgens in een nieuw raster gemonteerd.” In totaal is er in het waterschapshuis meer dan 3.000 vierkante meter gerecycled plafond aangebracht.

Werkplek

Beneden in de hal springt tenslotte de groene kolom direct in het oog. Hier zijn zogenoemde plantwires aangebracht gebaseerd op hangende plantstructuren uit de regenwouden. Deze planten zorgen voor zuurstof, breken fijnstoffen af en werken als filters in het atrium. “Dat groen in de hal doet het goed”, vindt Van der Linden. “Het geeft direct een warm gevoel. Dat vinden ook de medewerkers”, weet hij. Want hoe ervaren zij hun nieuwe werkomgeving? Van der Linden: “Ze zijn erg enthousiast. Duurzaamheid is belangrijk maar uiteindelijk gaat het er om of ze een fijne werkplek hebben. En dat hebben ze zonder enige twijfel. Een werkplek met een verhaal.”