Donald van den Akker nieuwe programmamanager Kantoor vol Energie
1 juni 2018
 

Terug naar het nieuwsoverzicht

‘Ik zoek altijd naar de verbinding’

Donald van den Akker is de nieuwe programmamanager van Kantoor vol Energie. Daarmee volgt hij Mario Dingenouts op, die deze functie na het vertrek van Eelco Ouwerkerk eind vorig jaar op ad interim basis vervulde. Een kennismakingsgesprek over verduurzaming, het hebben van een lange adem en de uiteindelijke stip aan de horizon: een CO2 neutrale gebouwde omgeving.

Donald van den Akker heeft, als het gaat om duurzaamheid, al een flinke trackrecord opgebouwd en weet inmiddels wel hoe de hazen lopen. Zo was hij onder andere namens het Klimaatverbond betrokken bij de totstandkoming van het Nationaal Energieakkoord en heeft hij zich gebogen over de aanpak van energiebesparing in de gebouwde omgeving. Sinds 1 april is hij als senior projectleider bij Platform31 aan de slag en stuurt hij als programmamanager het team van Kantoor vol Energie aan.

Bij zijn afscheid als directeur Strategie en Samenwerking van Klimaatverbond Nederland noemde het bestuur hem “een bruggenbouwer die zijn werk met grote inzet en een rebelse inslag en met eigen visie verricht.” Rebels? “Ik wilde toen ik jong was wel echt de wereld verbeteren”, zegt hij lachend. “Ik kon en kan nog steeds slecht tegen ongelijkheid. Ik heb indertijd voor Milieudefensie ook wel op de barricade gestaan. Naarmate je ouder wordt krijg je natuurlijk wel steeds meer context. De scherpe randjes zijn er dan misschien wel af, maar nog steeds zet ik mij volledig in voor een duurzame omgeving.” Eind tachtiger jaren ging Van den Akker milieukunde studeren. Het is dan nog een studie en vak waar een licht geitenwollensokkengeur aan hangt. “Ik droeg weliswaar katoenen sokken, maar er werd toen nog wel met argusogen naar gekeken. Wat dat betreft is er gelukkig wel heel veel veranderd en heb ik het gevoel dat het milieu, en in het verlengde daarvan het thema duurzaamheid, veel breder op het netvlies is komen te staan. Gelukkig maar.”

Tijd

Tegelijkertijd zal hij de laatste zijn om te zeggen dat we er daarmee al zijn. “Een transitie kost nu eenmaal erg veel tijd. Met het Energieakkoord is er een stip op de horizon gezet: in 2050 een CO2 neutraal gebouwde omgeving. De route ernaartoe moeten we met elkaar nog vinden.” En daar ziet hij voor programma’s zoals Kantoor vol Energie een duidelijke taak. “Met de individuele pilots laten we zien wat er op het vlak van energieneutraliteit al mogelijk is. Die voorbeelden moeten andere partijen aan het denken zetten en in actie laten komen.” Een duw in de rug van de overheid is volgens hem daarbij zeer welkom. “De overheid moet het afdwingen. Voor de kantorenmarkt wordt Label C de norm. Daarmee legt het de lat nog niet hoog, maar gebouweigenaren moeten hierdoor wel gaan bewegen. En als er nieuwe businessmodellen komen die het aantrekkelijk maken om nog meer stappen te zetten waardoor de kantoren gezonder en comfortabeler worden, dan is de keuze denk ik snel gemaakt. Ook minister Wiebes gaat het om kostenefficiency op termijn.”

In zijn ogen gaat ook het besluit om de gaskraan in Groningen sneller dicht te draaien de transitie helpen. “Het Rijk heeft een oproep gedaan voor het maken van plannen voor circa 20 gasloze wijken. In deze proeftuinen zijn vast ook kantoorgebouwen en die moeten dus ook van het gas af. Ik zie heel veel in die verbinding. Daar komen echt goede voorbeelden uit.”

Twijfels

Desondanks is het in zijn visie niet alleen hosanna. Vooral de bouwsector heeft volgens hem nog wel een slag te maken. “Er heeft in de sector nog geen echte systeeminnovatie plaatsgevonden. Er worden nog steeds stenen gestapeld zoals dat al decennialang wordt gedaan. En ook wordt elk nieuwbouwproject als weer een nieuw project aangevlogen, zonder dat de kennis en ervaring uit eerdere projecten daarbij wordt meegenomen. Daar moet echt nog wat gebeuren.” Nog meer twijfels heeft hij over de communicatie tussen de sector en de gebruikers. “Ik ben zelf ook actief in een bewonersorganisatie. Een ontwikkelaar is in mijn wijk bezig met de herbestemming van een kerkgebouw en het baart mij zorgen hoe weinig oog en oor zo’n organisatie voor de omgeving heeft. De communicatie gaat stroef. En als we ons bedenken dat juist zij een belangrijke taak hebben om bewoners maar ook gebruikers van kantoren mee te nemen in het verduurzamingsproces, dan is er nog veel te leren.”

Aan de andere kant weet hij uit ervaring dat wanneer de sector eenmaal de slag heeft gemaakt er vervolgens meestal vol voor wordt gegaan. “Een goed voorbeeld daarvan vind ik het slopen van gebouwen. Nog niets eens zo lang geleden ging de sloopbal tegen een gebouw en werd alles bij elkaar in containers afgevoerd. Toen kwam er regelgeving en moest het bouwafval worden gescheiden. De sector stond aanvankelijk op zijn achterste benen, maar er is inmiddels helemaal niemand meer die nu nog naar die tijd terug zou willen.”

Lijfspreuk

Zijn lijfspreuk is ‘start slow to go fast’. “De bewustwording dat het anders moet en kan begint op stoom te raken. Daar dragen de pilots aan bij. Nu beginnen we op een langzame wijze het thema te verbreden met het onderwerp circulariteit. En dat gaat straks ook een grote vlucht nemen en dus fast.”