Verplicht energielabel C voor kantoorgebouwen stelt als maatregel niets voor (FD, 13 maart 2017)
4 april 2017
 

Terug naar het nieuwsoverzicht

Op 13 maart 2017 verscheen er een opinie van Eelco Ouwerkerk (programmamanager Kantoor vol Energie) in het FD als reactie op marktpartijen die in het verweer kwamen na de aankondiging van minister Eelco Blok, dat in 2023 alle kantoorgebouwen aan energielabel C moeten voldoen. Lees hier de tekst van de opinie.

Tekst opinie

Verplicht energielabel C voor kantoorgebouwen stelt als maatregel niets voor

Energielabels kosten kantooreigenaren ruim € 1 mrd meer dan voorspeld, meldde het FD van 21 februari. Twee maanden nadat minister Stef Blok van Wonen heeft aangekondigd dat kantoorgebouwen vanaf 2023 een energielabel C of hoger moeten hebben, komen marktpartijen in verweer en lijken zij de zorgen te uiten van niet nader genoemde eigenaren, die blijkbaar met deze maatregel zouden worden benadeeld.

De door het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) voorgespiegelde investeringen zijn volgens hen twee tot drie keer hoger en zeker voor oude kantoren op slechte locaties zijn de kosten daarvan niet terug te verdienen. De uitspraken komen van gerenommeerde marktpartijen die betrokken zijn bij renovaties van kantoren. Maar wat willen ze eigenlijk zeggen? Want de maatregel stelt echt niets voor.

De discussie over de kosten voor het renoveren naar een energielabel C is zinloos. Het is niet de vraag wat het kost om je kantoor iets energiezuiniger te maken. Het gaat om de verhuurbaarheid en de continuïteit. Het maakt ook niets uit voor de concurrentiepositie van het kantoor. Immers, ieder energieslurpend kantoor is voor 2023 aan de beurt. Je kunt de installatie van LED verlichting en een zuinige gasketel in een dergelijk gebouw overigens moeilijk een renovatie of investering noemen. Dat heet (achterstallig) onderhoud en als je dat nog niet gedaan had, mag je Blok wel dankbaar zijn dat hij je wakker heeft geschud.

De suggestie dat de maatregel zorgt voor leegstand en verloedering aan de onderkant van de markt is onzin. Door allerlei kwalitatieve aspecten is er al enkele jaren een selectie gaande, waarmee de onderkant van de markt steeds beter zichtbaar wordt. Daar verandert de maatregel helemaal niets aan.

Wel is terecht opgemerkt dat eigenaren van energieslurpende kantoren deze straks leeg laten staan, omdat slopen meer geld kost. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken lijkt te denken dat het maar om een fractie van de gebouwen gaat, waarvoor het geen zin heeft om ze aan te pakken. Maar 10 miljoen m2 is slechts een fractie. Hier ligt een uitdaging ter grootte van 1400 voetbalvelden waar Blok niets mee wenst te doen. Deze gebouwen wel verplichten tot label C is geldverspilling en verandert niets aan de positie van die panden.

Verder is het een mythe om te veronderstellen dat label G gebouwen per definitie veel meer energie verbruiken dan gebouwen met een energielabel A. Het energielabel wordt namelijk bepaald door de voorzieningen en maatregelen die zijn getroffen. Het zegt helemaal niets over de wijze waarop het gebouw wordt gebruikt en de mate van energieverspilling door verkeerd gebruik of slecht geïnstalleerde en ingeregelde installaties. Een gebouw met een energielabel A kan dus nog steeds heel veel energie slurpen. Niemand moet zich op het verkeerde been laten zetten door de gedachte dat hij straks goed op weg is met energielabel C.

Ook lijkt iedereen te denken dat je deze investeringen kunt terugverdienen uit de energiebesparing. Dergelijke uitspraken zijn misleidend en wekken de indruk dat de transitie naar energieneutrale gebouwen uit de bespaarde energiekosten kan worden terugverdiend. Dat klopt niet.

Door steeds een labelstapje te maken, zal de energierekening afnemen, mits er ook maatregelen worden getroffen in het gebruik en de installatie goed aangebracht is en onderhouden wordt. Als het laaghangend fruit is geplukt, rest slechts een minimaal energiebudget om het lastigste deel van de transitie naar energieneutraal te financieren. De route van optimaliseren en labelstapjes is daardoor een doodlopend spoor, waardoor investeringen in labelstapjes per definitie desinvesteringen zijn. Grijp dit moment vooral aan om de transitie naar energieneutraal in gang te zetten op basis van een integrale kwaliteitssprong, die zich terugverdient door verhuurbaarheid en continuïteit.

Het lijkt een hele stoere maatregel, maar de verplichte label C is een lege huls. Het brengt geen enkele versnelling op plekken waar men toch al niets van plan was en het suggereert een hele stap, terwijl het de magere ondergrens van het toelaatbare is. Hopelijk zien de professionals in de sector dat ook in en gaan ze gewoon aan de slag in plaats van te discussiëren over de kosten van LED lampen.